“Als Duits-Nederlandse Handelskamer zetten wij ons sinds de invoering van de grenscontroles in september 2024 en de inmiddels driemaal verlengde geldigheidsduur ervan in voor pragmatische, bedrijfsvriendelijke en tegelijkertijd veilige oplossingen in het grensoverschrijdende verkeer. Rigide, stationaire grenscontroles leiden in de praktijk tot aanzienlijke lasten voor bedrijven, forensen en geïntegreerde toeleveringsketens in onze grensregio. Ze staan daarmee niet alleen op gespannen voet met de Europese grondvrijheden, maar ook met de reële eisen van een nauw verweven economische ruimte.
Het arrest onderstreept dat het tijd is om meer in te zetten op flexibele, gezamenlijke en op technologie gebaseerde benaderingen. Intelligente, op risico's gebaseerde controles en een nauwe samenwerking tussen de autoriteiten van beide landen bieden de mogelijkheid om de veiligheid te waarborgen zonder het vrije verkeer van goederen en personen onnodig te beperken.
Wij roepen de beleidsmakers dan ook op om het vonnis te zien als een kans: voor een modern grensbeleid dat veiligheid en economische dynamiek met elkaar in evenwicht brengt en de Europese gedachte versterkt. De Duits-Nederlandse Handelskamer staat klaar om dit proces constructief te begeleiden.”
Achtergrond
De administratieve rechtbank van Koblenz heeft maandag beslist dat de grenscontroles aan de Duits-Luxemburgse grens onwettig waren, nadat een man in juni 2025 een klacht had ingediend tegen zijn controle. De rechtbank motiveerde de beslissing met het argument dat de verlenging van de Duitse grenscontroles niet verenigbaar was met het EU-recht. Het Schengengrensverdrag staat een lidstaat alleen grenscontroles aan de eigen buitengrenzen toe in het geval de openbare orde of de binnenlandse veiligheid worden bedreigd, bijvoorbeeld door een „plotseling zeer groot aantal ongeoorloofde migratiestromen van onderdanen van derde landen tussen de lidstaten“.
Duitsland heeft volgens de rechtbank echter onvoldoende aangetoond dat er sprake was van een ernstige bedreiging voor de openbare orde of veiligheid. Er ontbrak met name een solide basis om aan te tonen dat de autoriteiten door migratie overbelast waren of dat het om een plotselinge ontwikkeling ging. Ook afzonderlijke strafbare feiten waren volgens het Hof niet voldoende om een algemene gevaarlijke situatie te rechtvaardigen. Al met al waren de maatregelen daarom onvoldoende gemotiveerd en onevenredig. Het vonnis is nog niet definitief. Een hoger beroep is nog mogelijk.
Tekst: René de Monchy