Waar ging de zaak over?
Een parttime werkneemster (27 uur en 29 minuten per week) werkte structureel extra uren. De toepasselijke cao in de Duitse retailsector (Niedersachsen) kende een overwerktoeslag (25% en in bepaalde gevallen 50%), maar de werkgever betaalde die toeslag vrijwel niet omdat de werkneemster in die weken niet boven 40 uur uitkwam. De kernvraag was: mag een parttimer voor een toeslag dezelfde absolute drempel moeten halen als een fulltimer?
Wat oordeelde het BAG?
Het BAG bevestigde eerst dat de cao-tekst inderdaad zo was bedoeld: de toeslag was gekoppeld aan overschrijding van de 40-uursgrens. Maar vervolgens kwam het beslissende punt: voor parttimers is die uniforme drempel in strijd met het Duitse parttime-discriminatieverbod (§ 4 TzBfG), dat EU-recht (Richtlijn 97/81/EG) implementeert.
De redenatie is praktisch en relevant voor werkgevers: als parttimers pas toeslag krijgen wanneer zij een zelfde aantal uren werken als fulltimers, dan wordt de toeslag voor parttimers feitelijk onbereikbaar of aanzienlijk moeilijker bereikbaar. Dat leidt tot een ongerechtvaardigde benadeling, omdat parttimers – gemeten naar hun contracturen – relatief zwaarder moeten “bijtrekken” voordat dezelfde beloningscomponent ontstaat.
Wat verandert er in de praktijk? Pro-rata drempels
Belangrijk is dat het BAG niet zegt: “toeslag vanaf het eerste extra uur.” De oplossing is pro rata temporis: de drempel moet naar rato worden verlaagd.
In deze cao gold voor fulltime:
“reguliere” cao-arbeidsduur: 37,5 uur/week
toeslag pas bij > 40 uur/week
drempelafstand = 2,5 uur boven de reguliere norm.
Voor parttimers moet juist die 2,5 uur proportioneel worden herrekend op basis van de parttimefactor. In de zaak kwam het BAG uit op een toeslagrecht zodra de werkneemster haar contractuele weekuren met 1,83 uur overschreed (73,2% van 2,5 uur). Vervolgens moet het lagere gerecht nog exact vaststellen hoeveel uren in welke weken aan die drempel voldeden (daarom terugverwijzing).
Waarom telt “gezondheidsschutz” hier niet als rechtvaardiging?
Werkgevers voerden aan dat een toeslag boven 40 uur bedoeld is om zware belasting te compenseren en overwerk te ontmoedigen. Het BAG maakt korte metten met een abstract beroep daarop: een uniforme 40-uursdrempel kan juist een ongewenste prikkel geven om méér uren bij parttimers neer te leggen (goedkoper, want langer geen toeslag). Bovendien houdt zo’n systeem geen rekening met het feit dat parttime vaak samenhangt met zorg, opleiding of gezondheid, waardoor extra uren voor parttimers óók (en soms juist) zwaar kunnen wegen.
Waarom is dit interessant voor Nederlandse werkgevers?
Voor Nederlandse werkgevers met Duitse teams (bijvoorbeeld een GmbH, filiaal, payroll via Duitsland) is dit arrest vooral een compliance-check: veel templates en cao-toepassingen werken met absolute uurgrenzen. Als die grenzen toeslagen of andere looncomponenten activeren, moet je nagaan of parttimers proportioneel worden meegenomen. Zo niet, dan dreigen nabetalingen, discussies met werknemers (vertegenwoordiging) en in sommige gevallen collectieve claims.
Checklist
Inventariseer alle Duitse toeslagregelingen met absolute drempels (week/maand).
Bepaal per regeling: wat is de “drempelafstand” voor Vollzeit (zoals 2,5 uur in deze zaak).
Implementeer pro-rata drempels voor parttimers in payroll (formule: parttimefactor × drempelafstand).
Herbereken steekproefsgewijs de laatste 12–24 maanden (i.v.m. vervaltermijnen).
Update templates (cao-uitleg, arbeidscontracten, handbook, works council/Betriebsrat-afstemming indien relevant).
Train HR/roosteraars: voorkom “goedkoop overwerk” bij parttimers als onbedoeld sturingsmechanisme.
Maud Scharley