In de jaarlijkse Economische vooruitblik 2026 spraken DNHK-directeur Gunter Gülker en Theo Henrar, voorzitter van brancheorganisatie FME en bestuurslid van de Duits-Nederlandse Handelskamer, over de actuele economische ontwikkelingen en de belangrijkste kansen voor samenwerking tussen Nederland en Duitsland. De boodschap van Henrar is duidelijk: juist nu, in een tijd van geopolitieke spanningen en economische transformatie, is gezamenlijke investeringskracht en innovatie de sleutel tot toekomstbestendig succes voor beide landen.
Europa heeft concrete uitvoering nodig
Henrar wijst in het gesprek op het belang van recente Europese analyses, zoals de rapporten van Mario Draghi (over Europese groei) en Enrico Letta (over de interne markt), die slechts beperkt zijn uitgevoerd. Deze vormen volgens hem een strategisch kader dat nationale regeringen eindelijk concreet moeten gaan invullen. “We weten wat ons te doen staat: investeren in groei, technologie en innovatie. Alleen dan behouden we onze welvaartsstaat.”
In dit verband benoemt Henrar ook de Nederlandse investeringsagenda die voormalig ASML-topman Peter Wennink heeft opgesteld in opdracht van de demissionaire regering. Die agenda bepleit structurele groei van ten minste 1,5 procent per jaar en meer investeringen in onderwijs, zorg en technologische ontwikkeling. “Nederland loopt achter in investeringen en R&D”, aldus Henrar, “terwijl Duitsland met 3,1% van het bbp aan onderzoek besteed. Wij zitten op 2,3%. Dat is te weinig.”
Investeren in een gezamenlijke toekomst
Volgens Henrar ligt er een grote kans in een gezamenlijke Nederlands-Duitse investeringsstrategie, onder meer in energietransitie, semiconductors, medtech en biotech. Hij vergelijkt Duitsland met een tankerschip en Nederland met een speedboot: beide verschillend qua schaal, maar complementair qua wendbaarheid en technische kracht. “Duitsland is altijd de motor van vooruitgang geweest,” aldus Henrar “en Nederland kan helpen die motor te moderniseren. Digitalisering, automatisering en medische technologie zijn onze gezamenlijke troefkaarten.” Ook de defensiesector biedt volgens Henrar groeikansen: Duitsland heeft zich voorgenomen fors te investeren, en samenwerking binnen Europa kan zorgen voor schaalvergroting en wederzijds leren.
De voorman van FME pleit daarnaast voor een Nederlandse investeringsbank naar Duits voorbeeld — vergelijkbaar met de Kreditanstalt für Wiederaufbau (KfW) — om de industrie, start-ups en transitieprojecten financieel te ondersteunen.
De geopolitieke realiteit vereist ondernemend realisme
In mondiale context wijst Henrar op de veranderende handelsorde. Sinds 2000 is het Chinese aandeel in de wereldhandel met productiegoederen gestegen van 6 naar 28,5%, terwijl dat van de EU daalde van 21 naar 14%. “We willen eerlijke handel, maar Europa reageert traag op staatssteun en dumpingpraktijken, bijvoorbeeld in de staalindustrie,” zo waarschuwt hij.
Ook in de auto-industrie ziet hij oneerlijke concurrentie: “Auto’s uit China zijn zwaar gesubsidieerd. Dat zet de Europese industrie onder druk. Een level playing field is noodzakelijk.” Binnen Europa zelf klaagde hij over de te hoge Nederlandse energieprijzen: “Het kan niet zo zijn dat energie in Duitsland 50 tot 60 procent goedkoper is dan in Nederland. Daarmee prijzen wij onze industrie uit de markt.”
Technologie als verbindende factor
Zowel Henrar als Gülker benadruken de noodzaak om het bestaande ´Innovatie- en Technologiepact´ tussen beide landen te verdiepen — ondertekend tijdens het staatsbezoek van koning Willem-Alexander. Hierin liggen kansen in sectoren als quantumtechnologie, micro-elektronica en semiconductors. ASML geldt voor Henrar ´als lichtend voorbeeld van grensoverschrijdende samenwerking met Duitse partners´ zoals lasermachine-maker TRUMPF en opticaproducent ZEISS. “De meest complexe machine op aarde is nooit door één bedrijf alleen gebouwd,” aldus Henrar. “ASML laat zien wat Europees partnerschap kan opleveren.”
Ook de zorgsector biedt ruimte voor efficiëntieslagen via digitalisering en AI. Door betere toepassing van bestaande technologieën kan volgens het DNHK- bestuurslid in Nederland al zo’n 100.000 arbeidsplaatsen worden vrijgespeeld; in Duitsland, met 84 miljoen inwoners, ligt dat potentieel vele malen hoger.
Investeren in opleidingen
Tot slot pleit Henrar óók voor herwaardering van technische opleidingen en vakmanschap. Nederland scoort op dat punt slechter dan Duitsland. In Duitsland wordt techniekonderwijs hoger aangeslagen. In Nederland wordt dat geprobeerd door samen te werken met anderen zoals Bouwend Nederland, Techniek Nederland en anderen. Hij wijst op het grote aantal technici dat momenteel in China wordt opgeleid; “In Duitsland is de ingenieur een eretitel — een baken van trots en kwaliteit. Daar kunnen we in Nederland van leren. Want zonder goed opgeleide mensen kun je geen innovatieve economie bouwen.”
NL-Duitsland bilaterale band verdient nieuwe impuls
Ook komen de betrekkingen tussen Nederland en Duitsland ter sprake. Voor de FME voorzitter is het duidelijk: Beide landen moeten hun politieke en economische samenwerking versterken, nu de relatie onder recente regeringen is 'uitgeplateaud'. Henrar mist de intensiteit van Merkel-Rutte en Altmaier. In de hoop dat het kabinet van Merz en het komende Nederlandse kabinet de banden weer gaan aanhalen.
Cybersecurity en afhankelijkheid aanpakken
Voor Henrar is Nederland namelijk te afhankelijk van Amerikaanse techgiganten als Google en Meta. De geopolitieke spanningen zijn dan ook een wake up call. Henrar: "We moeten preferred partners in Europa maken, infrastructuur beschermen en energievoorziening afstemmen. Nederlandse bedrijven lopen voor op digitalisering, maar laten kansen liggen op de interne markt – netwerken beter ontsluiten met eerlijke concurrentie." Hij merkt dat zijn leden niet alleen last hebben van de Trump-heffingen maar ook van onduidelijkheid van de stikstofregels en de oolrog tussen Oekraïne en Rusland ´maar het is goed dat Europa moet ferm staat tegen Rusland´.
Kansen in infrastructuur en defensie
Ronduit positief is Henrar over Duitslands 500 miljard voor investeringen in infrastructuur: “ Dat biedt volop kansen voor Nederlandse tech, net zoals de 5% NAVO-norm want wat goed is voor Duitsland – zoals Rheinmetall – is goed voor Nederland” . Hij pleit dan ook voor meer samen digitaliseren, samen het leger versterken. "FME en DNHK kunnen daarin een rol spelen. Beide organisaties kunnen meters maken op dossiers als cybersecurity, energie en infrastructuur."