Een turbulent eerste halfjaar. Zo omschrijft Fons Schootstra zijn eerste maanden als directeur van logistieke ondernemersvereniging Evofenedex. Geopolitieke spanningen rond Iran en de Straat van Hormuz, importheffingen, laagwaterproblemen en zorgen over de infrastructuur volgden elkaar in hoog tempo op. „De verstoringen nemen toe en de impact wordt groter. Het enige voorspelbare is dat je weet dat er weer een nieuwe verstoring komt”, zegt Schootstra. „Maar meestal komt die uit een hoek waarvan je het niet verwacht.”
Gevolgen in kaart brengen
Voor ondernemers is het belangrijk om snel te weten welke gevolgen de nieuwe ontwikkelingen voor hun bedrijf en handelsketen betekenen. Evofenedex brengt deze zo goed mogelijk in kaart. Rond de Straat van Hormuz analyseerden ze bijvoorbeeld welke goederenstromen geraakt konden worden, van welke landen en leveranciers bedrijven afhankelijk waren en waar in Nederland of Europa tekorten konden ontstaan. Zulke informatie delen ze met andere ondernemersorganisaties en met de overheid. Zo ontstaat volgens Schootstra een beter overzicht van mogelijke kwetsbaarheden in internationale handelsketens en van maatregelen die bedrijven en overheden kunnen nemen.
Minder lean, meer weerbaar
Dat overzicht is belangrijk, maar bedrijven dienen volgens hem daarnaast zelf ook een omslag te maken om in de toekomst minder kwetsbaar te worden door verstoringen. Jarenlang draaide leveringsketenmanagement vooral om efficiëntie: lage voorraden, minimale kosten en zo lean mogelijke processen. Dat maakt bedrijven concurrerend, maar ook kwetsbaar. „Veerkracht vraagt om een ander soort investering”, aldus Schootstra. “Daarbij is het belangrijk dat bedrijven weten wat er verderop in hun keten gebeurt. Wat zijn de gevolgen als een leverancier in Azië uitvalt? Welke onderdelen of grondstoffen zijn kritiek en zijn er alternatieven beschikbaar? Dat betekent risico’s in kaart brengen, strategische voorraden beoordelen, intensiever overleggen met ketenpartners en waar mogelijk voor meerdere leveranciers kiezen.”
Zulke maatregelen botsen volgens de voorman van Evofenedex met maximale efficiëntie. Wie uitsluitend probeert zijn onderneming zo lean mogelijk in te richten, loopt volgens hem het risico dat nieuwe verstoringen niet meer te kunnen opvangen. Wel merkt hij dat het bewustzijn groeit. Tijdens een recent gesprek werd een leverancier van de Duitse automobielindustrie bijvoorbeeld gevraagd welke strategie klaarligt als kritieke infrastructuur uitvalt. „Drie jaar geleden werd daar nog nauwelijks over gesproken.”
Technologie als hulpmiddel
AI en digitalisering zijn volgens Schootstra een goed hulpmiddel voor bedrijven om hun weerbaarheid te vergroten. “Maar dan wel met een goede basis die bestaat uit betrouwbare data en goed ingerichte processen. Daarmee kunnen bedrijven voorspelmodellen ontwikkelen, waarmee ze sneller kunnen reageren en meer regie houden over hun leveringsketen.” Schootstra vertelt dat Evofenedex momenteel een digitaliseringsprogramma voorbereidt voor haar leden. Zijn eerdere ervaring in de fintechsector, bij onder andere CVV Benelux, komt daarbij goed van pas. Hij noemt drie punten die volgens hem essentieel zijn: Begin bij de gebruiker; zet data actief in om te voorspellen en te handelen; en bouw ecosystemen waarin bedrijven, overheid en technologie samenkomen. “Technologie krijgt pas waarde als je die goed inzet – bijvoorbeeld om de keten eenvoudiger en transparanter te maken,” aldus Schootstra.
Europese infrastructuur
Weerbaarheid draait echter niet alleen om de inrichting van bedrijven. Ook de fysieke infrastructuur moet betrouwbaar zijn. Schootstra vertelt dat in zowel Nederland als Duitsland jarenlang te weinig geld is gereserveerd voor onderhoud aan wegen, bruggen en andere verbindingen, zoals waterwegen en spoor. “Dit is echter geen nationaal probleem”, zegt hij. “Onze infrastructuur is voor een groot deel onderdeel van Europese transportcorridors. Wanneer deze verslechtert, wordt het moeilijk om de leveringsketen op orde te houden”. Dat geldt ook voor watermanagement. Evofenedex pleit in Brussel dan ook voor een Europees laagwaterplan. „Dit kun je als Nederland niet oplossen”, benadrukt Schootstra.
Verschillen in nationale regelgeving en uitvoering zitten handelsketens volgens de Evofenedex directeur echter nog te vaak in de weg. Europese landen hanteren uiteenlopende regels, procedures en technische systemen. “Zelfs tussen Nederland en Duitsland krijgen vervoerders na het passeren van de grens met andere kaders en werkwijzen te maken. Verschillen die voor onnodige administratieve lasten en vertragingen zorgen.”
Sterkere Europese markt
Een sterkere Europese interne markt kan die kwetsbaarheid verminderen. Minder nationale barrières, meer samenwerking en gezamenlijke investeringen moeten Europa volgens Schootstra weerbaarder en concurrerender maken. Vooral kleine en middelgrote bedrijven hebben daarbij ondersteuning nodig. Bedrijven maken hun keuzes op basis van prijs, beschikbaarheid en leveringszekerheid. De geopolitieke ontwikkelingen laten zien dat ook strategische afhankelijkheden zwaarder moeten meewegen. Als Europa de interne markt versterkt, productiecapaciteit opbouwt en grensbelemmeringen vermindert, kunnen bedrijven vaker kiezen voor betrouwbare Europese alternatieven. Zo kan Europa zijn positie als serieuze wereldspeler versterken.
Tekst: Hendrike Oosterhof
Foto: Evofenedex