Politik
Energie

Duitsland geeft gas bij de energietransitie

09/12/2021

De bouw van fotovoltaïsche- en windkrachtcentrales in Duitsland stokte even, maar nu wordt er gas gegeven. De nieuwe Duitse regering wil tegen 2030 zo’n 80% van de energiebehoeften van het land dekken met hernieuwbare energiebronnen. Het Bondsministerie van Economische Zaken rekent daarbij ook op gas. Deze energiebron moet dienen als overbruggingstechnologie. Maar een knelpunt kan het tempo vertragen.

De nieuwe coalitie streeft ernaar Duitsland tegen 2045 klimaatneutraal te maken. Het beleid voor economie en energie wordt afgestemd op de 1,5 graden-doelstelling van het klimaatakkoord van Parijs. Om dit te bereiken moeten burgers en bedrijven hun CO2-uitstoot drastisch verminderen. De groene strategie omvat een radicale opbouw van zonne- en windenergie, de uitbreiding van de waterstofeconomie, alsmede energie-efficiëntie door digitalisering, gebruik van afvalwarmte, isolatie van gebouwen en warmtepompen. Aangezien Duitsland in 2023 ook geleidelijk een einde maakt aan kernenergie en in 2030 "idealiter" een einde maakt aan steenkool, wordt elektriciteitsopwekking uit hernieuwbare bronnen de ruggengraat van de energietransitie. Als overbruggingstechnologie zal in eerste instantie gebruik worden gemaakt van moderne gasgestookte elektriciteitscentrales, die klaar zijn om later op waterstof te werken.

Van een vierkantje een rondje maken of echt haalbaar?

De stoplichtcoalitie berekent een bruto elektriciteitsvraag van 680 tot 750 terawattuur (TWh) per jaar in 2030. Dit is hoger dan de ramingen van het Prognos-instituut, dat uitgaat van 655 TWh. In 2020 bedroeg dit cijfer nog ongeveer 545 TWh. De nieuwe superminister van economie en klimaat, Robert Habeck, zal dan namelijk 15 miljoen elektrische voertuigen van stroom moeten voorzien, waarvoor hij alleen al 70 TWh nodig zal hebben, en meer dan 5,5 miljoen warmtepompen met 33 TWh elektriciteit. Bovendien hebben de staalproducenten en de chemische industrie waterstof nodig om van steenkool af te komen. Van een vierkant een rondje maken lijkt makkelijker. Niettemin bevestigen een aantal studies dat het theoretisch mogelijk is. Er is echter een knelpunt dat deze plannen bedreigt.

Tot 38 nieuwe windturbines per week nodig

De Bundesverband Erneuerbare Energien e.V. (B.E.E., oftewel Duitse federatie voor hernieuwbare energie) schetst in de studie "B.E.E. Scenario 2030" hoe de ambitieuze doelstellingen kunnen worden bereikt. Deze studie is in april 2021 gepubliceerd. De vereniging ziet de grootste effecten in de uitbreiding van fotovoltaïsche en onshore windkrachtcentrales. In het geval van fotovoltaïsche energie zal tot 2025 jaarlijks een extra capaciteit van 16 GW worden geïnstalleerd*. Tegen 2030 zou een verdere toename tot 20 GW per jaar noodzakelijk zijn. Ter vergelijking: in 2021 was er in Duitsland slechts 50 GW fotovoltaïsche capaciteit, in 2020 bedroeg de toename nog 4,8 GW. In het geval van windturbines zou de capaciteit moeten toenemen tot 7 GW per jaar tegen 2025 en tot 8 GW per jaar tegen 2030. Het BDEW (Bundesverband der Energie- und Wasserwirtschaft) heeft op basis van de cijfers in het regeerakkoord berekend dat een vraag naar 100 tot 130 GW windenergie aan land tegen 2030 zou overeenstemmen met een toename van 25 tot 38 windturbines per week. Ter vergelijking: in 2020 kwamen er acht windturbines per week bij. De offshore-uitbreidingsdoelstelling van 30 GW beschouwt het BDEW als zeer ambitieus. Deze capaciteiten zijn echter dringend nodig voor de productie van groene waterstof. Het Zwitserse Prognos-instituut berekent dat tegen 2030 37 TWh elektriciteit nodig zal zijn voor groene waterstof, waarvan 40% voor de industrie en de elektriciteitsopwekking en 20% voor andere toepassingen. Tegen deze achtergrond lijkt het bijna hopeloos dat de coalitie de elektrolysecapaciteit voor de productie van groene waterstof wil verhogen tot tien GW. Dit zou dan overeenkomen met ongeveer 3,7 TWh waterstof uit elektriciteit en dus slechts tien procent van de geraamde werkelijke vraag. Om aan deze vraag te voldoen, zullen bedrijven grote hoeveelheden waterstof bij moeten kopen of deze uit aardgas moeten blijven produceren.

Versnellen van planningsprocedures - maar gebrek aan geschoolde werknemers

Om de snelle uitbreiding van fotovoltaïsche en windenergie op land te doen slagen, moet de overheid veel aanpassingen doorvoeren. Zo wil zij bijvoorbeeld de plannings- en goedkeuringsprocessen versnellen. Momenteel kunnen verscheidene jaren verstrijken tussen de planning en de bouw van een windturbine. Er is hier een potentieel conflict. In het regeerakkoord wordt dus ook uitgegaan van het "openbaar belang" en dus van de voorrang van de bouw van windturbines boven de bescherming van dier- en plantensoorten en inspraak van het publiek. In het geval van de natuurbescherming kunnen VN-verdragen mogelijk in de weg staan. Bij inspraak moet de minister niet alleen de omwonenden overtuigen (not in my backyard) maar ook de natuurbeschermingsverenigingen. Maar zelfs als de minister daarin in korte tijd slaagt, komt er nog een ander knelpunt aan het licht: het tekort aan geschoolde arbeidskrachten in de ambachtelijke sector. De Zentralverband des Deutschen Handwerks (ZDH, oftewel Duitse vakcentrale) meldde onlangs dat bedrijven nu al enkele tienduizenden gekwalificeerde werknemers tekort komen. In 2020 zouden volgens de ZDH 18.570 leerlingplaatsen in de geschoolde ambachten onvervuld blijven - een aandeel van 12,8 procent. Door de toenemende academisering en de demografische ontwikkelingen zal dit tekort nog groter worden.

Conclusie: veel ideeën en geld, maar te weinig mankracht

Het is de regering dus ernst en ook Duitse bedrijven hebben zich voorbereid op deze snelle energietransitie. Maar naast investeringen in technologieën zullen de politiek en het bedrijfsleven ook moeten zorgen voor de kwalificatie van geschoolde arbeidskrachten. Hiervoor zijn evenveel financieringspotjes beschikbaar als er subsidies zijn die bedrijven en burgers via de Kreditanstalt für Wiederaufbau (KfW) kunnen aanvragen voor hun investeringen. Er zijn dus ideeën, en het geld ligt klaar.

*Gigawattcapaciteit is de hoeveelheid elektriciteit die een centrale in 24 uur kan produceren. Een centrale met een capaciteit van 25 GW produceert dus 25 gigawattuur (GWh) per dag. Eén terawattuur (TWh) komt overeen met 1.000 GWh.

Tekst: Christian Gasche | DNHK

Related News

Top Theme
Top
[Translate to Nederlands:] Windräder mithilfe dessen Strom grüner Wasserstoff hergestellt wird
08/12/2021
Infrastructuur
Energie

Een Duits-Nederlandse waterstofhub in Nedersaksen

Top Theme
Top
Reichstag
25/11/2021
Politik
DNHK-nieuws

Voortgang wagen – de plannen van de nieuwe Duitse coalitie