Bedrijven passen zich in veel gevallen aan nieuwe omstandigheden aan. Ondanks oplopende handelsspanningen blijft de wereldhandel groeien. Open en exportgerichte economieën zoals Nederland en Duitsland kunnen daarvan profiteren, al geldt dat niet voor alle sectoren in gelijke mate. Zo staat met name de Duitse auto-industrie onder druk door toenemende concurrentie uit China. Daar staat tegenover dat andere sectoren, zoals technologie en digitale infrastructuur, juist sterk groeien. Investeringen in kunstmatige intelligentie, datacenters en andere digitale toepassingen stuwen de economie en creëren nieuwe groeikansen.
Daarnaast spelen overheden een stabiliserende rol. In verschillende landen zijn publieke investeringen verhoogd, onder meer voor infrastructuur, defensie en de energietransitie. Tegelijkertijd is de consumptie tot op heden op peil gebleven dankzij stijgende inkomens en een robuuste arbeidsmarkt. De combinatie van publieke en private bestedingen helpt om economische tegenwind op te vangen.
Toch mag deze veerkracht niet leiden tot zelfgenoegzaamheid. De toenemende en aanhoudende fragmentatie van de wereldeconomie vormt een risico voor economische groei en welvaart. Handelsbarrières, geopolitieke spanningen en onzekerheid kunnen leiden tot minder efficiënte internationale waardenketens, hogere productiekosten en een lagere productiviteitsgroei. Om dit het hoofd te bieden is verdere Europese samenwerking essentieel. Een sterker geïntegreerd Europa kan de negatieve gevolgen van mondiale fragmentatie beter opvangen.
Voor het Europese investeringsklimaat ligt hier een belangrijke opgave. Europa beschikt over veel spaargeld, hoogwaardige kennisinstellingen en innovatieve bedrijven. Toch blijven investeringen in Europese bedrijven achter bij die in de Verenigde Staten en delen van Azië. Juist op een moment waarop grote investeringen nodig zijn in digitalisering en nieuwe technologieën als kunstmatige intelligentie, energie-infrastructuur, defensie en onderwijs, moet Europa een aantrekkelijkere investeringsbestemming worden. De verdere ontwikkeling van de Europese kapitaalmarkt is daarom van groot belang. Een beter geïntegreerde kapitaalmarkt kan ervoor zorgen dat Europees spaargeld gemakkelijker terechtkomt bij innovatieve bedrijven en groeisectoren.
Maar het gaat niet alleen om de beschikbaarheid van kapitaal. Ook het wegnemen van praktische knelpunten voor groei draagt bij aan een aantrekkelijker vestigingsklimaat. Denk aan beperkingen in elektriciteitsnetten, langdurige vergunningstrajecten, tekorten aan technisch personeel en onzekerheid over toekomstige regelgeving. Investeringen vragen om vertrouwen en stabiele randvoorwaarden. Bedrijven nemen investeringsbeslissingen voor een periode van tien of twintig jaar en hebben daarom behoefte aan voorspelbaarheid. Ondernemers moeten erop kunnen vertrouwen dat beleid consistent is, dat vergunningprocedures efficiënt verlopen en dat de benodigde infrastructuur beschikbaar komt. In een wereld die wordt gekenmerkt door snelle technologische veranderingen en geopolitieke onzekerheid, kan betrouwbaar, voorspelbaar en grensoverschrijdend beleid een concurrentievoordeel voor Europa vormen.
Europa kan daarnaast meer halen uit zijn eigen interne markt. Ondanks decennia van economische integratie bestaan er nog steeds aanzienlijke handels- en regelgevingsbarrières tussen lidstaten. Deze belemmeringen verhogen de kosten voor bedrijven en beperken hun mogelijkheden om op Europese schaal te groeien. Volgens de ECB kan een verlaging van deze interne barrières zelfs een aanzienlijk positief effect hebben op handel, investeringen en economische groei. Een diepere interne markt maakt Europa niet alleen concurrerender, maar ook minder afhankelijk van ontwikkelingen buiten de EU.
Voor zowel Nederland als Duitsland is de onderlinge samenwerking van bijzonder belang. Duitsland is al decennialang onze belangrijkste handelspartner en de economische verwevenheid tussen beide landen is groot. Nederlandse bedrijven maken deel uit van Duitse industriële toeleveringsketens, terwijl Duitse ondernemingen leunen op Nederlandse logistieke, financiële en kennisinfrastructuur.
Die nauwe samenwerking biedt ook kansen voor de toekomst. Nederland en Duitsland verschillen in economische structuur en beleidsopgaven, maar worden geconfronteerd met dezelfde onzekere internationale omgeving: geopolitieke spanningen, druk op open handel, strategische afhankelijkheden en de noodzaak om te investeren in veiligheid, energie, digitalisering en innovatie. Juist omdat geen enkel Europees land deze uitdagingen volledig alleen kan oplossen, is gezamenlijke Europese actie nodig. Investeringen in grensoverschrijdende energie-infrastructuur, digitale netwerken en technologische samenwerking versterken niet alleen de economische groei in Nederland en Duitsland, maar ook de strategische weerbaarheid van Europa als geheel.
Die gezamenlijke opgave biedt Nederland en Duitsland de kans om binnen Europa een voortrekkersrol te vervullen. Door samen op te trekken bij het verdiepen van de interne markt en het versterken van het Europese investeringsklimaat, kunnen beide landen ook andere lidstaten stimuleren om verdere integratie te ondersteunen.
Europa heeft zich de afgelopen jaren opmerkelijk veerkrachtig getoond. Maar duurzame economische weerbaarheid vraagt meer dan alleen het vermogen om schokken op te vangen. Zij vraagt om vertrouwen, investeringszekerheid en een langetermijnvisie op groei en concurrentiekracht. Door de interne markt verder te versterken, productieve investeringen te stimuleren en de samenwerking tussen landen als Nederland en Duitsland te verdiepen, kan Europa zijn economische fundament versterken. Zo blijft Europa ook in een wereld van toenemende onzekerheid welvarend, innovatief en weerbaar.