De aanleiding voor de oprichting lag in een werkbezoek van Gedeputeerde Staten van Gelderland aan Düsseldorf in 2014. Daar werd duidelijk dat provincies goed weten wat er in Den Haag en Brussel speelt, maar veel minder goed wat er bij de oosterburen gebeurt. Terwijl de ontwikkelingen daar juist grote invloed kunnen hebben op economie, infrastructuur en leefomgeving in Nederland. “Net zoals we mensen in Den Haag en Brussel hebben, hebben we ook mensen in Duitsland nodig om die verbinding te leggen”, legt Doede Sijtsma uit. Hij is vertegenwoordiger van Zuid-Holland en Gelderland bij Grenspost Düsseldorf. “Wij brengen mensen samen zodat ze de wereld aan de andere kant van de grens zien en begrijpen.”
Wij brengen mensen samen zodat ze de wereld aan de andere kant van de grens zien en begrijpen.
Van afzonderlijke belangen naar gezamenlijk optreden
Volgens Sijtsma trekken de provincies in de afgelopen tien jaar binnen Grenspost Düsseldorf steeds meer samen op. Waar eerst individuele provincies hun eigen belangen in Duitsland behartigden, is inmiddels sprake van een collectiever en strategischer optreden richting Noordrijn-Westfalen. “Met een grote buurman als Noordrijn-Westfalen werkt dat niet alleen beter, maar is dat ook nodig.” De bestuurlijke verhoudingen zijn namelijk ongelijk: Noordrijn-Westfalen is als deelstaat veel groter dan een Nederlandse provincie en werkt ook anders. Juist daarom helpt de Grenspost provinciale belangen te bundelen en op het juiste niveau onder de aandacht te brengen. Dat vraagt om kennis van bestuurlijke structuren, inzicht in Duitse belangen en een goed netwerk.
Een goede buur
Ook Benjamin Rebenich, bij Grenspost vertegenwoordiger van Limburg, ziet de Grenspost vooral als verbindende schakel. Hij wijst erop dat dit voor Limburg bijzonder belangrijk is: de provincie wordt omringd door buurlanden en heeft meer landsgrens dan provinciegrens. “Dus moet je elkaar leren kennen en de omgeving samen vorm geven”, aldus Rebenich. “We hebben als Grenspost wekelijks een teamoverleg waarbij we fysiek in Düsseldorf samenkomen. Zelf zijn wij geen experts op het gebied van inhoudelijke dossiers als water, landbouw, mobiliteit of energie, maar wij zorgen ervoor dat de juiste vakmensen uit beide landen elkaar vinden.” Daarbij is vertrouwen volgens hem onmisbaar. “Je moet elkaar kennen, omdat je elkaar nodig hebt.” Hij vergelijkt het met verhuizen naar een nieuwe buurt. “Als je je buren goed leert kennen, kun je later ook bij ze aankloppen als er iets is. Soms begint dat gewoon met een kop koffie en een stukje vlaai.”
Cultuurverschillen dichtbij huis
Hoewel Nederland en Duitsland buren zijn, zijn de verschillen in bestuurscultuur aanzienlijk. “Bij China verwacht je cultuurverschillen, bij onze buren veel minder”, zegt Rebenich. “Maar ze zijn er wel degelijk.” Sijtsma wijst erop dat Duitsland politieker georganiseerd is dan Nederland. Politieke partijen spelen een grote rol in bestuurlijke processen. Daar liggen volgens hem nog kansen. “Bestuurlijk loopt onze samenwerking steeds beter, maar de politieke contacten tussen volksvertegenwoordigers zijn nog spaarzaam en weinig gestructureerd.”
Smeerolie in de samenwerking
Waar het werk van Grenspost Düsseldorf in het begin vooral bestond uit kleine, gerichte opdrachten, ligt de nadruk nu veel meer op het bouwen van structuren en het organiseren van samenwerking. “Aan de andere kant van de grens is alles anders,” zegt Sijtsma. “Door ons dienstverlenend op te stellen naar de eigen organisatie, maar ook naar de Duitse partners zijn we de smeerolie in de samenwerking geworden.” Als concreet voorbeeld noemt hij water. “Hoogwater en droogte houden niet op bij de grens. Zeker voor provincies in de grensregio is het belangrijk om te weten hoe Duitse partners omgaan met waterbeheer”, aldus Sijtsma “Als je geen idee hebt wat er op je afkomt bij hoogwater en je niet weet hoe Duitsers daarmee omgaan, word je iedere keer verrast.”
Ook op het gebied van landbouw speelde de Grenspost een verbindende rol. Toen in Noordrijn-Westfalen na een regeringswisseling de verantwoordelijkheden verschoven, hielp de Grenspost nieuwe contactlijnen te leggen tussen Nederlandse partners, de ambassade in Berlijn, het ministerie en de deelstaat. “Als provincie gaan wij niet over het nationale landbouwbeleid”, zegt Sijtsma. “Maar we konden wel de verbinding leggen tussen de deelstaat en het Rijk.”
Als je je buren goed leert kennen, kun je later ook bij ze aankloppen als er iets is. Soms begint dat gewoon met een kop koffie en een stukje vlaai.
‘Wat in de wereld speelt, speelt ook in de grensregio’
Voor Zuid-Holland en Gelderland is mobiliteit een belangrijk thema: veel goederenstromen lopen vanuit de Rotterdamse haven via Gelderland naar het Ruhrgebied. Veranderingen in de Duitse energiemix hebben daardoor direct effect op Nederland. “Je merkt in de Rotterdamse haven al dat de hoeveelheid kolen die naar Duitsland wordt vervoerd verandert”, zegt Sijtsma. “Voor Rotterdam rijst de vraag welke producten in de toekomst dan vervoerd worden.”
Rebenich ziet vergelijkbare opgaven rond industrie, circulariteit en energie. “Wat in de wereld speelt, speelt ook in de grensregio”, zegt hij. “Hergebruik van grondstoffen, verduurzaming van Chemelot en het industrierijke Noordrijn-Westfalen, minder afhankelijkheid van import: dat zijn opgaven waar we samen aan moeten werken.” Hij legt uit dat binnen de thema’s provincies verschillende belangen hebben. “Bij water gaat het in Limburg misschien vooral over hoogwater, terwijl Overijssel ook over droogte wil spreken. Maar het thema watermanagement pakken we samen aan.”
Op naar een gezamenlijke Duitslandstrategie
Voor de komende jaren wil Grenspost Düsseldorf de samenwerking verder verdiepen en verbreden. Rebenich vertelt dat een gezamenlijke Duitslandstrategie voor de betrokken provincies een van de doelen is. Daarbij gaat het om ruimtelijke ordeningen, energie, landbouw en mobiliteit, maar ook om vragen rond de supercomputer in Jülich en de internationalisering van het hoger onderwijs. “Soms begint samenwerking groot, met ministeries en bestuurlijke agenda’s. Soms juist klein, bijvoorbeeld bij de taalcafés die de Grenspost intern organiseert, waar Nederlandse en Duitse collega’s elkaars taal oefenen”, legt Rebenich uit. “Maar uiteindelijk gaat het erom dat je elkaar iets gunt – en we hebben vaak dezelfde belangen.” Na tien jaar is Grenspost Düsseldorf daarmee niet alleen een vertegenwoordiging, maar vooral een brug tussen bestuurlijke werelden die steeds meer met elkaar verweven raken.