Logo van Duits-Nederlandse Handelskammer

Dwingende arbeidsvoorwaarden naar Duits recht

  • News

In beginsel kunnen werkgevers en werknemers binnen de Europese Unie bij grensoverschrijdende arbeidsovereenkomsten kiezen, welk arbeidsrecht van toepassing is op hun arbeidsovereenkomst. Zo zou bijvoorbeeld een Nederlandse werkgever met zijn werknemer in Duitsland kunnen afspreken dat Luxemburgs arbeidsrecht van toepassing is.

Rechtsberatung_juristen op kantoor

Een dergelijke rechtskeuze kan aantrekkelijk lijken als het recht van het werkland onbekend is of anderszins nadelig lijkt. Een rechtskeuze zou dan als middel kunnen worden gebruikt om het eigenlijk toepasselijke recht te omzeilen. 

 

Om dat te voorkomen is er in artikel 8 van de EG-VO 593/2008 vastgelegd dat er door middel van een rechtskeuze niet van dwingende regelingen kan worden afgeweken die bedoeld zijn om werknemers te beschermen. Welke regelingen dwingende regelingen zijn, is niet altijd duidelijk. Het is dan de nationale rechter die daarover uitspraak moet doen. 

 

Een dergelijk geval deed zich in een geschil voor dat aan de Duitse cassatierechter in arbeidszaken (Bundesarbeitsgericht) voorlag. In dat geschil twistten de partijen over de vraag of een afspraak in de arbeidsovereenkomst onredelijk benadelend is voor de werknemer. Die afspraak hield in dat de werknemer gedeeltelijk of volledig scholingskosten aan de werkgever moet vergoeden, als de arbeidsovereenkomst binnen bepaalde termijnen wordt opgezegd. De werkgever, een luchtvaartmaatschappij uit Ierland, en de werknemer, een piloot woonachtig in Duitsland, hadden bovendien afgesproken dat Iers recht van toepassing is op hun arbeidsovereenkomst. Toen de werknemer de arbeidsovereenkomst opzegde, verrekende de werkgever een deel van de scholingskosten met de laatste salarisafrekeningen. De werknemer was het daar niet mee eens en hij stapte naar de arbeidsrechter. De cassatierechter stelde net als de voorafgaande instanties vast dat de afspraak tussen de werkgever en de werknemer over de scholingskosten in strijd was met de Duitse regelgeving over algemene voorwaarden. Er werd in de afspraak namelijk geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende redenen die aan een opzegging ten grondslag kunnen liggen. Een dergelijk onderscheid is echter volgens bestendige rechtspraak van de Duitse cassatierechter noodzakelijk. In het bijzonder in die gevallen namelijk, waarin een werknemer ontslag neemt vanwege een reden die aan de werkgever moet worden toegerekend, zou het onredelijk zijn, als de werknemer scholingskosten bij einde arbeidsovereenkomst moet vergoeden. Als er nu in een afspraak over de vergoeding van scholingskosten geen rekening wordt gehouden met een dergelijk geval, is de afspraak nietig. Of er dan in het concrete geval ook sprake is van een ontslagreden die aan de werkgever moet worden toegerekend, speelt geen enkele rol.

 

De afspraak dat het Ierse recht van toepassing is op de arbeidsovereenkomst mocht de werkgever in dit geval niet baten. Zonder de rechtskeuze voor het Ierse recht zou namelijk Duits recht van toepassing zijn geweest op de arbeidsovereenkomst. En, zoals de Duitse cassatierechter nu vaststelde, tot de dwingende regelingen van het Duitse recht hoort ook de regelgeving over algemene voorwaarden.

 

De uitspraak van de Duitse cassatierechter kan vooral voor die werkgevers gevolgen hebben die gebruik maken van standaardarbeidsvoorwaarden en deze voorwaarden niet genuanceerd formuleren. Mocht er namelijk in dat soort gevallen eigenlijk Duits recht van toepassing zijn, dan is er een reële kans dat die standaardarbeidsvoorwaarden niet voldoen. Terugkerende voorbeelden uit de rechtspraak zijn all-in-afspraken over overuren, het ontnemen van bonusrechten bij einde arbeidsovereenkomst of, zoals in dit geval, afspraken over scholingskosten.

 

De uitspraak van de Duitse cassatierechter is consequent en beschermt niet alleen werknemers. Ook die werkgevers die hun arbeidsvoorwaarden zorgvuldig en met redelijke inachtneming van de belangen van hun werknemers formuleren, worden beschermd tegen eventuele concurrenten die het ten nadele van hun werknemers niet zo nauw nemen. Daarbij verdient opmerking dat de Duitse cassatierechter overweegt dat ook een afspraak over het toepasselijke recht zelf onredelijk benadelend en dus nietig kan zijn, namelijk als de werknemer daardoor misleid wordt over de bescherming van het eigenlijk toepasselijke recht. 

 

DNHK, Ulrike Tudyka

 

Bron: Bundesarbeitsgericht, arrest van 23 januari 2024, zaakkenmerk: 9 AZR 115/23 (ECLI:DE:BAG:2024:230124.U.9AZR115.23.0)

Meer weten? Neem contact op met:

In categorieën:

Lees het laatste nieuws

Bekijk alle nieuwsartikelen
  • Koning Willem-Alexander leest tijdens Prinsjesdag 2026, aan de zijde van koningin Maxima en in aanwezigheid van de regering en de parlementsleden, in zijn troonrede de regeringsplannen voor.
    Nieuws

    Prinsjesdag 2026: Wat betekenen de regeringsplannen voor Duitse en Nederlandse bedrijven?

    Met het voorlezen van de troonrede en de presentatie van de miljoenennota is vandaag op Prinsjesdag het nieuwe parlementaire jaar van start gegaan. Wat zijn de plannen van de regering – en wat betekenen deze voor Duitse en Nederlandse bedrijven?

  • Wat maakt grensoverschrijdende samenwerking sterk? In gesprek met Corné Boot
    Nieuws

    Wat maakt grensoverschrijdende samenwerking sterk? In gesprek met Corné Boot

    De industrie houdt niet op bij de grens – daarvan is Corné Boot overtuigd. De Head of Country Nederland bij bp spreekt over het belang van sterke Duits-Nederlandse industrieclusters, de verbindende rol van de DNHK en waarom bedrijven uit beide landen elkaar juist nu nodig hebben.

  • Gouden standbeeld van een paard met op de achtergrond een grafiek en wolkenkrabbers in een zakelijke, financiële setting.
    Nieuws

    Duitse start-upsector groeit naar vijfde plaats wereldwijd

    De Duitse start-upsector ontwikkelde zich sterk het afgelopen jaar. Volgens de nieuwe Germany Unicorn Index telt Duitsland in 2026 38 zogenoemde unicorns: niet-beursgenoteerde start-ups met een waardering van minimaal één miljard dollar. Daarmee staat Duitsland wereldwijd op de vijfde plaats en is het binnen de EU zelfs koploper. In de eerste helft van 2026 haalden Duitse start-ups daarnaast 5,3 miljard euro aan durfkapitaal op, 14 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar. Vooral bedrijven in defensietechnologie, kunstmatige intelligentie en andere vormen van deep tech dragen bij aan deze ontwikkeling.

Op zoek naar iets anders?

In ons informatiecentrum vindt u het laatste nieuws, downloads, video's, podcasts.

Ga naar Info Hub