Business opportunities in Germany’s Net Zero Valley: Rheinisches Revier
May 20, Rotterdam | The energy transition is reshaping industrial heartlands — and creating new business for those ready...
Nu registreren
VoltH2 is vijf jaar geleden opgericht met één duidelijk doel: waterstofprojecten ontwikkelen, bouwen en exploiteren. Het Brabantse bedrijf koopt daarvoor elektriciteit in en gebruikt die stroom om groene waterstof te produceren — conform de Europese regelgeving. Voor de afzet richten de tientallen werknemers van de waterstofproducent zich op afnemers in de industrie en het vrachtvervoer (in zowel Duitsland als Nederland). Voor de director operations Hament zijn regio´s met chemie, raffinaderijen en logistieke hubs dan ook aantrekkelijke markten.
De producent van waterstof wijst er op dat de Europese Commissie heeft vastgelegd dat in 2035 minstens 42 procent van de grijze waterstof in de industrie vervangen moet zijn door waterstof die door zonne- of windenergie of door waterkracht is geproduceerd. Met dit voornemen worden vooral de chemische sector en de raffinaderijen geraakt — branches die nu nog waterstof produceren met aardgas. Hij noemt dit dan ook “de meest concrete markt voor bedrijven die betrokken zijn bij de productie van groene waterstof”. In de nabije toekomst zal waterstof meer en meer bijgemengd worden bij (aard)gas voor productieprocessen die een hoge temperatuur vergen want, zo verwacht Hament, “ op de langere termijn wordt aardgas 100% vervangen door waterstof.”
De achtergrond van deze energietransitie is de Ausstieg uit fossiele energie, waaronder het uitfaseren van bruinkool uit onder meer grensregio Rheinisches Revier. Bedoeling is dat daarmee in 2032 wordt gestopt.
Volgens Gerwin Hament van VoltH2 –die een presentatie zal geven en vragen zal beantwoorden op het meerdaagse waterstofevenement World Hydrogen Summit te Rotterdam- beaamt dat dát technisch al kan `maar economisch is het nog niet haalbaar´. Volgens de ondernemer leidt de gebrekkige aansluiting van de verschillende schakels in de waterstofketen namelijk tot hogere kosten. Fossiele brandstof is daardoor nog steeds goedkoper, zelfs met CO2-rechten meegerekend; “Dat komt onder meer door het gebrek aan schaalgrootte die de fossiele keten wél heeft alsook door de complexiteit van waterstofprojecten. Productie, elektriciteitsinfrastructuur en afvoerinfrastructuur moeten op goed elkaar aansluiten, maar hebben elk een eigen financieringslogica en tijdshorizon. Dat maakt integraal financieren ingewikkeld.”
Europa heeft de spelregels vastgesteld. Nu is het aan de lidstaten zoals Nederland en Duitsland om ze te implementeren. Niet alleen op Europees niveau, maar vooral lokaal — want de ecosystemen die dit voor elkaar moeten krijgen, zitten hier en bij onze buren. En een goede buur is beter dan een verre vriend —zeker in de onzekere geopolitieke tijden waarin wij nu leven.
Naast onbekendheid onder financiers vormt ook de vraagkant naar waterstof een drempel. De vraag moet volgens de director operations aan beide kanten van de grens ontwikkeld worden. Hij gaat er vanuit dat de transitie vooral versnelt wanneer de vraag groeit; “Je kunt pushen tot je een ons weegt, maar die bal beweegt pas als bedrijven vanuit hun concurrentiepositie gedwongen worden te kiezen voor groene waterstof. En dat punt hebben we nog niet bereikt.”
Naast de vraag naar waterstof en de financiering is ook de waterstof-infrastructuur aan beide kanten van de grens een uitdaging. Groene waterstof is alleen realiseerbaar wanneer een duurzame energiebron ook daadwerkelijk produceert — een windpark op zee levert gemiddeld 4.000 tot 5.000 uur groene stroom per jaar. Dat betekent dat een waterstoffabriek op windenergie niet continu aan de industrie kan leveren. Daar komt bij dat netcongestie aan beide kanten van de grens voor VoltH2 een serieus knelpunt vormt, “terwijl de aanleg van waterstofpijpleidingen juist enorme investeringen vergt”.
In Nederland wil men een backbone ontwikkelen voor waterstoftransport. Maar partijen die dat moeten doen wachten op voldoende commitment van afnemers voordat er een begin wordt gemaakt met de aanleg. Hament noemt dat `een weeffout´. Infrastructuur ziet hij als de ruggengraat waaromheen een markt zich kan ontwikkelen — "het netwerk moet niet de sluitpost zijn als de markt er al is".
Hij verwijst daarvoor naar de aanleg van het aardgasnet vanaf 1963: dat werd centraal aangestuurd en integraal ontwikkeld door de Gasunie, zonder dat eerst alle contracten waterdicht ondertekend waren; “Een passagierstrein gaat niet pas rijden als alle kaartjes zijn verkocht. Wij wachten in Nederland op de aanleg van een pijplijn totdat we al het gas hebben gecontracteerd. Dat is een denkfout.” Als voorbeeld voor deze aanpak noemt hij China; “Twintig jaar geleden reed ik in dat land over lege wegen naar lege steden. Maar bij een recent bezoek waren die lege gebieden gevuld met woongebieden en economische activiteit.”
De topman van VoltH2 merkt dat dát in Duitsland anders ligt. De Duitse overheid heeft substantieel overheidsgeld beschikbaar gesteld voor een masterplan: waterstofinfrastructuur van de noordelijke havens — Hamburg, Bremen, Wilhelmshaven — naar het Roergebied, met een dwarsverbinding naar Rotterdam. Dat plan wordt volgens de directeur uitgevoerd, zonder te wachten tot alle afnemers zich waterdicht hebben gecommitteerd. Hij noemt dat `een krachtig signaal naar bedrijven in de waterstofmarkt.´
Naast de aanleg van de infrastructuur, lopen volgens de Nederlandse ondernemer Hament ook de subsidiesystemen in beide landen uiteen. In Duitsland betalen operatoren van electrolyzers geen netwerktarieven — in Nederland moeten de producenten van waterstof die wél betalen. Daarbij zijn die tarieven de afgelopen jaren gestegen, wat groene waterstofproductie in ons land onnodig duur maakt. Verder verschillen ook vestigingseisen, vergunningsprocedures en financieringsgaranties aan beide kanten van de grens.
Toch ziet de Nederlandse producent VoltH2 náást de verschillen vooral positieve ontwikkelingen. De Nederlandse SWIM-regeling — waarbij subsidie voor het tankstation en waterstofvrachtwagens alléén beschikbaar komt als tegelijk trucks worden besteld én beschikbaar zijn — functioneert als een check die de gehele keten activeert. “Nederland is daarin een voorbeeld geweest voor Duitsland”, merkt hij, “De Nederlandse regeling wordt nu ook in Duitsland doorgevoerd. Zo is kennisoverdracht wél grensoverschrijdend.”
Rotterdam was altijd al een doorvoerhaven voor het Roergebied. Dat zal voor waterstof niet anders zijn.
Op grotere schaal verwacht hij `een logische rolverdeling´ tussen Nederland en Duitsland. Omdat grootschalige groene waterstofproductie in Noordwest-Europa niet rendabel genoeg zal zijn --de zon schijnt elders in Europa meer— zullen andere regio´s makkelijker schaalgrootte bereiken; “Net zoals LNG nu geïmporteerd wordt, zal ook groene waterstof of waterstofderivaten als ammoniak en methanol voor de Duitse industrie ingevoerd moeten worden.” Hij ziet dat Rotterdam hier al met conversieparken, aanlandingspunten voor offshore wind en de Rijncorridorstrategie op anticipeert: “Rotterdam was altijd al een doorvoerhaven voor het Roergebied. Dat zal voor waterstof niet anders zijn.”
Op de vraag welke drie boodschappen hij zou willen meegeven aan beleidsmakers in beide landen, is de waterstofproducent uit Bergen op Zoom helder. Ten eerste zou het helpen als er een gelijk speelveld wordt gecreëerd door subsidiesystemen, financieringsgaranties en marktvoorwaarden op elkaar af te stemmen — aan weerszijden van de grens. Daarnaast zou de backbone moeten worden aangelegd zónder te wachten op concrete toezegging van afnemers. En tot slot is het goed als de vraag naar waterstof in beide landen actief gestimuleerd wordt. “Vooral de afspraken met grote industriële CO2-uitstoters kunnen een katalysator zijn die een heel ecosysteem op gang trekken — van onderhoud en scholing tot engineering en logistiek.”, aldus Hament.
Lees ook: Waterstofeconomie vraagt om samenwerking
Wanneer Duitsland en Nederland samenwerken op het gebied van waterstof zal het net zo gaan als op de elektriciteitsmarkt, zo voorspelt hij; “Die begon ooit als een groep van afzonderlijke eilandjes. Maar die markt werd langzaamaan één geïntegreerd geheel met gecorreleerde prijzen en gedeelde infrastructuur. En ook het spoorwegennet bestond vroeger uit meerdere bedrijven die uiteindelijk samen zijn gevoegd tot één groot, integraal netwerk.”
“Europa heeft de spelregels vastgesteld — die zijn voldoende duidelijk”, zo besluit director operations Gerwin Hament richting de bezoekers van de World Hydrogen Summit. “Nu is het aan de lidstaten zoals Nederland en Duitsland om ze te implementeren. Niet alleen op Europees niveau, maar vooral lokaal — want de ecosystemen die dit voor elkaar moeten krijgen, zitten hier en bij onze buren. En een goede buur is beter dan een verre vriend —zeker in de onzekere geopolitieke tijden waarin wij nu leven.”
Tekst: Rene de Monchy
May 20, Rotterdam | The energy transition is reshaping industrial heartlands — and creating new business for those ready...
Nu registreren