Logo van Duits-Nederlandse Handelskammer

De belofte van autonome auto’s – en de rol van Nederland in Europa

  • News

In Europa zijn momenteel de ogen op Nederland gericht. De Nederlandse RDW speelt een sleutelrol bij de vraag of geavanceerde rijfuncties zoals Tesla’s Full Self-Driving (FSD) in Europa mogen worden uitgerold. Wat in Nederland wordt beoordeeld en eventueel goedgekeurd, kan namelijk het tempo en de richting bepalen voor toelating in andere EU-landen.

613004b3-d09d-47c9-a95a-8243d78d44c7.jpg

Frans Tillema – Lector intelligente mobiliteit Hogeschool Arnhem en Nijmegen

 

Veel autofabrikanten dromen al sinds het ‘Futurama’- paviljoen van GM in 1939 van zelfrijdende auto’s. Auto’s waarin autorijden niet meer beperkt blijft tot sturen en gasgeven, maar auto’s waarin je als vanuit een luie fauteuil je spannendste boek leest zonder een moment op de weg te letten. Auto’s waarin je rustig ligt te slapen. Of met je gezin of vrienden een spelletje/game speelt. Reistijd is dan werktijd, leisure tijd, vergadertijd of een verlenging van je nachtrust. Wie wil dat nou niet?

 

Ook Tesla heeft al jaren een ambitie die de autowereld ingrijpend moet veranderen: voertuigen die volledig zelfstandig kunnen rijden, zonder constante menselijke tussenkomst. Het bedrijf noemt deze technologie Full Self-Driving (FSD). Dat is een geavanceerd rijhulpsysteem bovenop het al bestaande Autopilot dat al op veel Tesla’s standaard aanwezig is. En juist om FSD is nu veel te doen. Want de Dienst Wegverkeer, RDW, staat voor de vraag of FSD ook in Europa mag worden uitgerold.

 

In landen zoals de Verenigde Staten en Canada is FSD al in een ‘beta’-vorm beschikbaar. Ondanks dat de software daar nog steeds supervisie door de bestuurder vereist, ziet Tesla dit als een belangrijke stap richting volledig autonoom rijden. Maar vooralsnog is het in Europa niet officieel goedgekeurd.

Het Europese goedkeuringsproces. Waarom Nederland centraal staat

In Europa mogen nieuwe voertuigen en belangrijke functies zoals FSD alleen worden gebruikt als ze zijn goedgekeurd via een Europese type-goedkeuring (bijvoorbeeld via de RDW in Nederland en de KBA in Duitsland). Onderdeel hiervan is een nationale goedkeuring door een bevoegde instantie, waarna andere EU-landen die kunnen overnemen en uiteindelijk Europese breed worden erkend.

 

Voor Tesla is de Nederlandse RDW (Dienst Wegverkeer) de cruciale partner in dit proces. Nederland fungeert als homologatie-land voor de EU: een RDW-goedkeuring kan snel worden overgenomen door andere lidstaten.

 

Tesla heeft recent aangegeven dat het in februari 2026 verwacht aan te tonen dat zijn FSD-systeem voldoet aan relevante veiligheidseisen, met het doel een nationale goedkeuring te krijgen. De bedoeling is dat zo’n nationale toelating daarna in andere Europese landen kan worden erkend.

 

Maar dat is nog niet zeker…..

 

Tesla publiceerde op sociale media dat de RDW zich “heeft gecommitteerd” om deze goedkeuring te geven. De RDW zelf heeft deze bewering niet bevestigd en benadrukt dat het gaat om een planning om in februari te demonstreren dat Tesla aan de (veiligheids)eisen voldoet. Geen garantie voor een goedkeuring dus, maar puur een proces dat moet aantonen dat FSD in haar huidige vorm geen onveiligheid introduceert voor weggebruikers. Voor de RDW staat verkeersveiligheid nadrukkelijk voorop.

 

Dat het onderwerp leeft onder automobilisten is duidelijk. Na de aankondiging van Tesla werd de mailbox van de RDW overspoeld met vele vragen van zowel automobilisten als journalisten.

Zelfrijdende auto: droom of nachtmerrie

Veel discussie draait niet alleen om regels, maar ook om de betrouwbaarheid van systemen als FSD. Kritieken richten zich erop dat de technologie nog steeds beperkt is in het herkennen van bepaalde complexe verkeerssituaties en afwijkende mobilisten (denk aan motorrijders, voetgangers met veel bagage of ander soortige nieuwe voertuigen) en dat er nog regelmatig fouten worden gemaakt met potentieel onveilige verkeerssituaties tot gevolg.

 

Bovendien is de zelfrijdende auto anno 2026 in de kern nog steeds geen volledig zelfstandig systeem. Het systeem vereist continu toezicht van de bestuurder, zelfs als de auto kerntaken zoals sturen en afstand houden autonoom uitvoert. Het veelgehoorde beeld van “achterover leunen en slapen” terwijl de auto rijdt” is dus nog lang geen realiteit. En dat roept vragen op over het voordeel van deze systemen. Want ook de zogenaamde ‘supervisie’, kost nog steeds veel aandacht van de ‘bestuurder’ en daarmee vanwege de complexere taak (supervisie is soms moeilijker dan zelf sturen) misschien wel meer energie.

 

De échte discussie zou volgens veel experts en bestuurders niet alleen moeten draaien om technische certificering, maar vooral om gebruikersacceptatie:

 

  • Veiligheidsvertrouwen: Gebruikers moeten erop vertrouwen dat de auto in alle omstandigheden veilig handelt. En zoals we vaak zeggen: vertrouwen komt te voet, en gaat te paard. Het is geen kwestie van laboratorium proeven, maar veel meer een kwestie van praktijkbewijs. En vaak willen we dat bewijs uit eerste hand.

 

  • Ervaringen versus marketing: In de praktijk ervaren bestuurders van moderne auto’s van alle merken die Autopilot/Highway Pilot/Pilot Assist en zelfrijdende functies aanbieden, dat deze systemen werken op manieren die niet overeenkomen met wat ze verwachtten bij aankoop. Het werk niet altijd en zeker niet overal. Bovendien voelt het vaak nog ‘kunstmatig’ en niet menselijk. Veel onderzoek richt zich dan niet alleen op veiligheid, maar ook op ‘menselijk’ gedrag van automatische systemen.

 

  • Droom versus realiteit: Fabrikanten voorspellen een toekomst waarin mobiliteit een verlenging is van je privéleven. Daarmee lijken alle problemen die we kennen rond autorijden te verdwijnen, denk aan files, verkeersdoden, uitstoot. Het tegendeel is waar. Veel studies laten juist zien dat omdat autorijden geen ‘tijd’ meer kost, we juist geneigd zijn veel meer te gaan reizen. Met potentieel negatieve impact op files, ongevallen en uitstoot.
Economische kansen voor Duitse en Nederlandse bedrijven

De bredere invoering van systemen zoals FSD, ook door andere fabrikanten, creëert aanzienlijke kansen voor Duitse en Nederlandse bedrijven, zowel grootbedrijf als MKB. Vooral de automotive toeleveringsindustrie profiteert, met vraag naar sensoren, chips, software, redundante rem- en stuursystemen en cybersecurity. Grote spelers zoals Bosch, Continental en ZF lopen voorop, terwijl gespecialiseerde MKB-bedrijven nicheoplossingen kunnen leveren voor validatie, testen en onderhoud. Daarnaast ontstaan kansen in infrastructuur en digitale diensten, zoals slimme verkeerslichten, V2X-communicatie en realtime verkeersdata. Met hun sterke positie in verkeersmanagement, IT en data-diensten kunnen juist Nederland en Duitsland hier structureel voordeel behalen binnen het groeiende ecosysteem rond autonome mobiliteit.

Conclusie: een technologische race met maatschappelijke vragen

De invoering van autonome systemen zoals Tesla’s Full Self-Driving in Europa bevindt zich op een cruciaal punt. Februari 2026 kan een belangrijke mijlpaal zijn voor de eerste stappen richting zelfrijdende auto’s. De tijd zal het leren. Maar goed om te beseffen is de notie dat veiligheid in het verkeer het belangrijkste is in de afweging: veel belangrijker dan welk persoonlijk gewin in comfort.

 

Uiteindelijk gaat de discussie niet alleen over technologie en bureaucratie, maar ook over of bestuurders en andere weggebruikers deze systemen willen vertrouwen en of de realiteit van zelfrijdende systemen anno 2026 de belofte uit 1939 van een echt autonoom rijervaring nu echt waarmaakt.

Op zoek naar iets anders?

In ons informatiecentrum vindt u het laatste nieuws, downloads, video's, podcasts.

Ga naar Info Hub