Prinsjesdag 2026: veiligheid en veerkracht staan centraal
Wij spraken met Kevin Zuidhof, oprichter en Managing Director van het adviesbureau voor public affairs en stakeholdermanagement IvCB in Den Haag over wat de begrotingsplannen voor de economie en het bedrijfsleven betekenen - en dan met name voor de nauwe Duits-Nederlandse handelsbetrekkingen.
Als je de Prinsjesdagplannen 2026 in één boodschap zou moeten samenvatten: welke richting kiest Nederland met zijn economie?
Kevin Zuidhof: Nederland kiest voor veiligheid en weerbaarheid als organiserend principe van zijn economie. Dit is toch wel een trendbreuk vergeleken met de voorgaande jaren. Het coalitieakkoord werkt toe naar de NAVO-norm van 3,5% van het bbp in 2035, met een tussendoel van rond 2,8% in 2030 tegenover ongeveer 2% nu: in totaal zo’n 19 miljard euro extra. Een deel daarvan zou vanaf 2027 moeten worden gedekt via de zogeheten vrijheidsbijdrage. Het kabinet wilde via de inkomstenbelasting circa 1,5 miljard euro ophalen. Omdat ervoor 2027 een even groot bedrag uitgetrokken wordt voor koopkrachtreparatie, wordt geconcludeerd dat de vrijheidsbijdrage voor burgers volgend jaar feitelijk niet doorgaat. Voor werkgevers staat een bijdrage van circa 1,5 miljard euro in 2027 en 1,7 miljard euro structureel vanaf 2028 nog wel overeind.
Weerbaarheid staat dus bovenaan de agenda, met concurrentiekracht en innovatie daaraan opgehangen: innovatie, economie en veiligheid worden door het kabinet als één agenda behandeld. Voor Nederland is dat nieuw. Defensie was hier decennialang een kostenpost, geen industriebeleid. Kort gezegd: Nederland probeert zijn weerbaarheid te betalen uit een economie die tegelijk productiever en innovatiever moet worden.
Als je de Prinsjesdagplannen 2026 in één boodschap zou moeten samenvatten: wat moeten Duitse ondernemers dan vooral weten?
De begrotingsplannen voor 2027 vragen meer eigen verantwoordelijkheid van zelfstandigen door verdere afbouw van ondernemersaftrekken, maar beloont ondernemers die investeren in innovatie, energiebesparing en medewerkers met gerichte fiscale voordelen en extra middelen voor groei.
Ik zou verder twee dingen eruit willen lichten. Ten eerste gaan de werkgeverslasten omhoog, en dat is dit jaar geen bijzaak. Dat komt door diezelfde vrijheidsbijdrage. Dit is geen belasting dat die naam kreeg, maar de politieke noemer waaronder dit kabinet de extra defensie-uitgaven laat meebetalen door burgers en bedrijven in plaats van deze in de staatsschuld te laten lopen.
Voor werkgevers wordt de vrijheidsbijdrage technisch uitgewerkt via een taakstellende verhoging van de premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). De bijdrage is dus geen eenmalige heffing, maar verhoogt structureel de loonkosten. Voor werkgevers blijft invoering per 1 januari 2027 het uitgangspunt; de precieze premiestijging moet nog worden uitgewerkt. Voor huishoudens ligt het genuanceerder zoals ook in de vorige vraag toegelicht. Toch gaan de meeste huishoudens nog circa 0,1 procent in koopkracht achteruit, gepensioneerden gaan er licht op vooruit.
Ten tweede is wat er op 15 september in het koffertje zat geen wet, maar een voorstel. Dit minderheidskabinet heeft slechts 66 van de 150 zetels in de Tweede Kamer en 22 van de 75 in de Eerste Kamer en moet daarom per wetsvoorstel steun zoeken bij de oppositie. Dat kan in de Tweede Kamer over links via PRO of over rechts via bijvoorbeeld JA21 en SGP, maar garandeert nog geen meerderheid in de Eerste Kamer. Eind augustus lag het overleg tijdelijk stil. Op de valreep zijn bezuinigingen op de sociale zekerheid grotendeels teruggedraaid of uitgesteld. De begrotingsbehandeling wordt daarmee de eerste echte lakmoesproef van dit kabinet.
Het politieke tijdpad is daarbij concreet: tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen kan de eerste richting zichtbaar worden, maar de hardere deadline ligt pas vanaf half november, wanneer over de begrotingsplannen voor 2027 wordt gediscussieerd en later gestemd. Tot die tijd blijft ruimte bestaan voor verdere deals met oppositiepartijen en aanpassingen aan het pakket. Voor bedrijven worden de feitelijke effecten pas bij de parlementaire behandeling duidelijk.
Nederland probeert zijn weerbaarheid te betalen uit een economie die tegelijk productiever en innovatiever moet worden.
~ Kevin Zuidhof
Managing Director van IvCB
En waar zit dat concreet in de plannen?
Er komt een defensie-innovatieautoriteit die onderzoek met kennisinstellingen co-financiert volgens de werkwijze van DARPA, het Amerikaanse defensieonderzoeksagentschap waaruit internet en GPS voortkwamen. Daarmee wordt defensiegeld ook een innovatiebudget waar civiele technologiebedrijven aanspraak op kunnen maken en dit biedt dus kans voor ondernemers.
Op concurrentiekracht is de agenda concreet. Het kabinet wil hard toewerken naar de 3%-norm voor R&D, uitbreiding van de fiscale regeling voor onderzoek en ontwikkeling (WBSO) naar AI, behoud van de innovatiebox, en samenvoeging van de energie-, milieu- en afschrijvingsregelingen (EIA, MIA en Vamil) tot één regeling, waarbij de energieinvestingsaftrek per 2027 van 40 naar 45,5 procent gaat. Verder is een aparte wet voorzien voor startups en scale-ups en wil het kabinet jaarlijks minimaal 500 regels schrappen.
Aan de investeringskant gaat 2,6 miljard euro naar stikstof, 1,3 miljard naar CO2-opslagproject Aramis en 1,5 miljard extra naar infrastructuur. Bij de sociale zekerheid wordt een deel van de voorgenomen bezuinigingen geschrapt of uitgesteld: de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd vervalt, de verlaging van het maximumdagloon gaat niet door, de verkorting van de WW wordt een jaar uitgesteld en mensen die arbeidsongeschikt zijn ontvangen in september 2027 alsnog een tegemoetkoming. De verhoging van het eigen risico met circa 60 à 70 euro schuift door naar 2028, maar in 2027 stijgt het eigen risico door indexatie wel met ongeveer 15 euro. Verder komt 400 miljoen euro beschikbaar voor gordelroosvaccinaties. Tegelijk moet een kleinere overheid circa 2 miljard euro opleveren. Duurzaamheid wordt vooral benaderd als schone maakindustrie en verdienvermogen.
Tegenover het uitstel van controversiële ingrepen staan elders nieuwe bezuinigingen en lastenverzwaringen. Het begrotingstekort blijft met 2,9 procent maar net onder de Europese grens van 3 procent. Het kabinet zoekt dekking in onder meer extra besparingen op het ambtenarenapparaat, een hogere belasting op leidingwater, een lagere ouderenkorting en het eerder laten ingaan van de hoogste schijf van de inkomstenbelasting. Voor werkgevers wordt de onbelaste reiskostenvergoeding van €0,25 per kilometer vastgelegd, terwijl mogelijk minder ruimte ontstaat voor personeelskortingen. Dit werkt direct door in loonkosten en secundaire arbeidsvoorwaarden.
En is deze economische koers volgens jou de juiste koers gezien de internationale ontwikkelingen?
De richting is verdedigbaar, maar de uitvoering is kwetsbaar. Defensie-uitgaven koppelen aan de technologische industrie past bij de geopolitieke realiteit en Europese samenwerking is verstandig. De positieve bbp-effecten komen echter vooral door hogere overheidsconsumptie; meer uitgeven is niet hetzelfde als productiever of concurrerender worden. De analyse dat Nederland in zijn verdienvermogen moet investeren deel ik, maar het is onzeker of de gekozen instrumenten volstaan.
De tweede kwetsbaarheid die je ziet is van politieke aard: een minderheidskabinet dat een agenda van tien jaar uitzet. Wijzigingen kunnen alleen als in ieder geval alle drie de coalitiepartijen instemmen maar daarnaast is er ook nog steun nodig van de oppositie. Voor internationale investeerders is beleidsstabiliteit vaak belangrijker dan de inhoud van het beleid. En op dat punt levert Nederland nu eenmaal minder dan we gewend waren.
En hoe vertaalt de geopolitieke realiteit zich verder in het beleid?
Naast de vrijheidsbijdrage waarover ik al eerder sprak zie je dat ook nog op twee andere terreinen nadrukkelijk terug.
Het eerste terrein is digitale soevereiniteit, voor het eerst zie je een zelfstandig hoofdstuk in een Nederlands coalitieakkoord. De investeringsagenda richt zich op AI, halfgeleiders, quantum en cybersecurity. Nederland wil daarbij niet alleen proeftuin zijn, maar technologie ook grootschalig kunnen vermarkten.
Het tweede terrein is de kapitaalmarkt. Een nationale investeringsinstelling moet, samen met onder meer de Europese Investeringsbank, meer Nederlands pensioenvermogen naar scale-ups leiden en voorkomen dat zij voor groeikapitaal naar Amerikaanse of Aziatische investeerders uitwijken.
De clusterdichtheid in halfgeleiders, fotonica en quantum rond Eindhoven, Delft en Twente is niet één-op-één te kopiëren wat ons land een concurrentievoordeel en aantrekkelijkheid oplevert ten iopzichte van andere landen.
Nederland wil aantrekkelijk blijven voor bedrijven en investeerders. Wordt Nederland dankzij deze plannen aantrekkelijker of juist minder aantrekkelijk voor Duitse bedrijven? En waar zit het grootste Nederlandse concurrentievoordeel ten opzichte van Duitsland?
Dat verschilt per type bedrijf. Nederland wordt minder aantrekkelijk als gevolg van hogere werkgeverslasten en de versobering van de expatregeling: de onbelaste vergoeding daalt in 2027 van 30 naar 27 procent en de inkomensnormen stijgen. Dat maakt internationaal talent duurder, juist in sectoren met grote tekorten, terwijl uit evaluatie van de regeling al waarschuwingen kwamen voor schade aan het vestigingsklimaat.
Voor investeerders en technologiebedrijven zijn er voordelen: een hogere energie-investeringsaftrek, ruimere innovatieregeling voor AI, behoud van de innovatiebox en een gunstiger aandelenoptieregeling voor startups. Tegelijk worden klassieke ondernemersfaciliteiten, zoals de startersaftrek, verder afgebouwd.
Het grootste voordeel ten opzichte van Duitsland zit niet primair in de belastingen maar in de snelheid en dichtheid van het ecosysteem. Deregulering is hier een meetbaar doel geworden, met reductiedoelen per ministerie. Het kabinet onderzoekt zelfs of eenvoudige vergunningen automatisch kunnen worden goedgekeurd als de overheid termijnen overschrijdt. Bovendien is de clusterdichtheid in halfgeleiders, fotonica en quantum rond Eindhoven, Delft en Twente niet één-op-één te kopiëren wat ons land ook een concurrentievoordeel en aantrekkelijkheid oplevert ten iopzichte van andere landen.
Personeelstekorten remmen de groei in beide landen. Wat doet Nederland om dit probleem aan te pakken?
Dit is misschien wel het zwakste onderdeel van de plannen. Investeringen in talentontwikkeling, basisvaardigheden en stagevergoedingen zijn zinvol, maar renderen pas over acht tot vijftien jaar. Voor de huidige personeelstekorten ontbreekt een doorbraak. De versoberde expatregeling werkt daarbij zelfs averechts, omdat buitenlands talent duurder wordt. Op schijnzelfstandigheid en arbeidsmigratie blijft het kabinet terughoudend.
Op korte termijn worden enkele werknemersmaatregelen verzacht: de AOW-bezuiniging vervalt en de WW-verkorting en verhoging van het eigen risico worden uitgesteld. Dat vermindert welliswaar de druk, maar vergroot het arbeidsaanbod niet.
De grootste onbenutte kans is grensoverschrijdend werken. Sinds 1 januari 2026 mogen grenswerkers tot 34 dagen per jaar thuiswerken zonder verschuiving van het heffingsrecht. Daarmee verdwijnt veel administratie die voorheen al bij één thuiswerkdag ontstond. Maar 34 dagen is slechts ongeveer één dag per week.
Nederland zet sterk in op innovatie, AI, hightech en halfgeleiders. Waar liggen volgens jou de grootste kansen voor Duitse bedrijven in Nederland?
Op de eerste plaats in halfgeleiders en fotonica. De internationale keten biedt ruimte voor Duitse machinebouw en precisiecomponenten. Versnelde procedures voor digitale infrastructuur zijn daarbij belangrijk, omdat doorlooptijd bij kapitaalintensieve investeringen vaak zwaarder weegt dan subsidie.
Daarnaast zijn er kansen voor defensie en dual use. Duitsland heeft een industriële basis die Nederland mist; Nederlandse technologiebedrijven kunnen juist snel schakelen. De hogere defensiebudgetten bieden ruimte voor samenwerking.
Ook liggen er kansen bij stikstof- en CO2-projecten: 450 miljoen euro voor innovatie en 1,3 miljard voor Aramis. Dit biedt kansen voor Duitse bedrijven die sterk zijn in afvangtechnologie, procesindustrie en landbouwtechnologie.
Nederland en Duitsland zijn economisch sterk met elkaar verbonden. Waar ligt volgens jou op dit moment de grootste onbenutte kans voor samenwerking?
De grootste onbenutte kans is grensoverschrijdend werken. Sinds 1 januari 2026 mogen grenswerkers tot 34 dagen per jaar thuiswerken zonder verschuiving van het heffingsrecht. Daarmee verdwijnt veel administratie die voorheen al bij één thuiswerkdag ontstond.
Maar 34 dagen is slechts ongeveer één dag per week. Nederland en Duitsland willen over verruiming praten. De regeling geldt bovendien alleen fiscaal, niet voor de sociale zekerheid. Voor transport en logistiek is het gunstig dat de accijnskorting op benzine en diesel langer blijft bestaan en geleidelijker wordt afgebouwd. Ook wordt de vliegbelasting op langere afstanden met ongeveer tien euro verlaagd.
Wat is één Nederlandse ontwikkeling die Duitse bedrijven de komende twaalf maanden absoluut op hun radar moeten hebben?
De politieke houdbaarheid van het kabinet en de gevolgen voor het Belastingplan 2027. Het kabinet moet per voorstel oppositiesteun zoeken en het pakket is pas na instemming van de Eerste Kamer definitief. De kans dat voorstellen in oktober en november wijzigen of sneuvelen is daarom groot. De rode draad is dat pijnlijke keuzes niet zozeer worden opgelost, maar vooral worden doorgeschoven of afgezwakt. Met uitstel, afstel en gerichte tegemoetkomingen probeert het minderheidskabinet voldoende politieke ruimte te creëren om het komende begrotingsjaar door te komen. Dat klinkt niet als een agenda voor de lange termijn.
Zet daarom de periode van Prinsjesdag tot half december op de kalender. Daarin wordt duidelijk wat de vrijheidsbijdrage werkelijk gaat kosten, wat er gebeurt met de nieuwe vermogensbelasting (box 3) - de invoering is voorlopig gepauzeerd - en hoe de discussie over vermogenswinst versus vermogensaanwasbelasting wordt beslecht. Bovendien is tot die tijd onduidelijk welke ondernemersfaciliteiten overeind blijven.
Kortom, er zijn plannen, maar omdat voor ieder plan een meerderheid via de oppositie moet worden gevonden zijn die ongewis. Dit biedt aan de ene kant onzekerheid, maar aan de andere kant ook kansen om de plannen mede te helpen vormgeven.
Interview: Janine Damm