De toepassingen waaraan ze werken zijn tweeledig. “Ten eerste maakt quantuminternet zeer veilige communicatie mogelijk, doordat de informatie niet te kopiëren is”, legt de kwantumfysicus uit. Tegelijk zit daar meteen de grootste uitdaging: het bereik is nog beperkt. Bij het huidige internet kan data worden gekopieerd zodra een signaal zwakker wordt; de kopie wordt vervolgens via het volgende signaal vervoerd. Hoe groter de afstand, hoe meer kopieën er nodig zijn om de informatie tot aan de ontvanger te brengen. Dat principe werkt bij quantuminformatie niet. “Quantuminternet is daardoor nu vooral geschikt voor communicatie over relatief korte afstanden, zoals bijvoorbeeld binnen de Rotterdamse haven en omstreken”, zegt Wehner. “Ons doel is om het bereik te vergroten naar 500 kilometer in 2030.”
Naast veilige communicatie verkent de Quantum Internet Alliance andere toepassingen. Wehner en haar team ontwikkelden een klein ‘zwart doosje’ waarmee bedrijven en ontwikkelaars quantumtechnologie kunnen benutten zonder diepgaande natuurkundige kennis. Een belangrijke stap vooruit, die Wehner in 2025 de prestigieuze Körberprijs opleverde.
“Maar uiteindelijk kom je tot zulke toepassingen alleen door samenwerking – daarbinnen ligt de echte kracht”, aldus Wehner. “Daarom is het bouwen van netwerken zo belangrijk. Elk land heeft zijn eigen expertise. Door die expertise te bundelen komen we tot concrete technologieën.” Binnen de Europese samenwerking speelt ook de Duits-Nederlandse relatie een belangrijke rol, benadrukt ze. Die gaat al ver terug en bestaat onder meer uit nauwe samenwerking tussen TU Delft en het Fraunhofer-Institut.
Voor het op Europees niveau verder ontwikkelen van quantumtechnologie, is volgens Wehner dan ook een duidelijke Europese quantumstrategie voor de lange termijn nodig. De eerste stappen zijn al gezet met het Quantum Internet Initiative en de Quantum Act, maar daarnaast moeten ook individuele landen, zoals Duitsland en Nederland, hun eigen ambities scherper formuleren. “Waar willen we in 2038 staan? En waarin willen we ons onderscheiden?”
Op de korte termijn ziet ze vooral het belang van het versterken van een gezond ecosysteem. “Dat is deels om start-ups te beschermen, die een belangrijke bijdrage leveren aan de ontwikkeling van nieuwe technologieën.” De vraag is namelijk niet alleen hoe je ze financiert, maar vooral hoe je ze hier houdt. Subsidies alleen zijn onvoldoende, stelt ze. “We moeten een ecosysteem creëren waarin organisaties kunnen floreren. Bedrijven hebben andere ondernemers nodig, expertise, toeleveranciers en gebruikers — anders hebben ze hier geen toekomst.” Tot slot noemt Wehner personeel als aandachtspunt. “We hebben berekend hoeveel mensen we in de toekomst nodig hebben”, zegt ze. “Dat wordt een opgave.”
Kortom: er zijn genoeg uitdagingen. Juist daarom zijn investeringen in technologie, mensen en het hele ecosysteem van groot belang – zodat Europa aantrekkelijk blijft voor start-ups en quantumtechnologie kan doorgroeien van belofte naar praktijk.
Tekst: Hendrike Oosterhof
Foto: TU Delft