Het innemen van de auto van de zaak dan wel het verbieden van privégebruik wordt daarom ook wel als vermindering van de beloning beschouwd. Een eenzijdige vermindering van de beloning door de werkgever is niet zonder meer toegestaan. Dat is naar Duits recht niet anders dan naar Nederlands recht. Volgens de Duitse rechtspraak gelden er echter minder strenge maatstaven als de vermindering minder dan 25% van de beloning bedraagt. Dit geldt ook voor een auto van de zaak.
Rechtspraak Duitse rechter voor arbeidszaken
Een voorbeeld uit de rechtspraak van de Duitse cassatierechter voor arbeidszaken (Bundesarbeitsgericht), is het arrest van 12 februari 2025 (ECLI:DE:BAG:2025:120225.U.5AZR171.24.0). In de zaak die voorlag aan de rechter hadden een werkgever en een werknemer in hun arbeidsovereenkomst afgesproken dat de auto van de zaak mag worden ingenomen, als de werknemer rechtmatig wordt vrijgesteld. Daarnaast hadden zij in hun arbeidsovereenkomst vastgelegd dat de werkgever de werknemer mag vrijstellen bij opzegging van de arbeidsovereenkomst. Op een gegeven moment ontsloeg de werkgever de werknemer om bedrijfseconomische redenen en stelde de werknemer vrij. Daarnaast verzocht de werkgever om inlevering van de auto van de zaak gedurende de lopende kalendermaand.
De werknemer gaf gehoor aan dit verzoek, maar eiste achteraf schadevergoeding voor de resterende maanden van de opzegtermijn. De Duitse cassatierechter ging niet mee in het betoog van de werknemer en kende hem schadevergoeding slechts voor de resterende dagen van de kalendermaand van inlevering toe.
De achterliggende redenering was dat de bijtelling ook dan voor een hele kalendermaand wordt berekend als de auto van de zaak slechts een deel van de maand ter beschikking staat. Voor de overige volledige maanden van de vrijstelling hoefde de werkgever echter geen schadevergoeding te betalen. Voor deze maanden was er immers ook geen bijtelling meer van toepassing.
In een recente uitspraak (arrest van 25 maart 2026, zaakkenmerk: 5 AZR 108/25) bevestigt de cassatierechter dat de werkgever een auto van de zaak mag innemen, als de vrijstelling van de werknemer rechtmatig is. In deze zaak hadden de werkgever en de werknemer ook afgesproken dat de werknemer bij opzegging van de arbeidsovereenkomst mag worden vrijgesteld. Die afspraak was echter nietig volgens de cassatierechter, omdat zij niet voldoende transparant was.
Het ontbreken van een geldige afspraak staat echter niet in de weg aan een vrijstelling van de werknemer. Het volstaat naar Duits recht als het belang van de werkgever aan vrijstelling zwaarder weegt dan het belang van de werknemer om te mogen werken. Bij een ontslag dat berust op het schrappen van een functie, mag volgens de Duitse cassatierechter over het algemeen worden aangenomen dat het belang van de werkgever aan de vrijstelling zwaarder weegt dan het belang van de werknemer om te mogen werken (ECLI:DE:BAG:2025:120225.U.5AZR171.24.0).
In dergelijke gevallen zal een werkgever daarom over het algemeen een auto van de zaak voor afloop van de opzegtermijn mogen innemen, als dit is afgesproken in de arbeidsovereenkomst. Als de werkgever er dan nog op let dat de auto van de zaak niet voor het einde van een maand wordt ingenomen, zal de werkgever over het algemeen ook geen schadevergoeding hoeven te betalen.
Tekst: Ulrike Tudyka
Bronnen:
Bundesarbeitsgericht, arrest van 12 februari 2025, ECLI:DE:BAG:2025:120225.U.5AZR171.24.0
Bundesarbeitsgericht, arrest van 25 maart 2026, zaakkenmerk 5 AZR 108/25, https://www.bundesarbeitsgericht.de/presse/wirksamkeit-einer-freistellungsklausel-widerruf-der-dienstwagennutzung/